In 2006 besloot ik een opleiding Relatietherapie bij het opleidingsinstituut Phoenix in Utrecht te gaan volgen. Dat was mogelijk, maar dan moest ik wél eerst de opleiding Systemisch werk doen.  

Een paar maanden later zat ik zenuwachtig in een grote kring van pakweg 25  mensen.  Wibe Veenbaas, een van de oprichters gaf deze training. De eerste woorden die hij sprak die ochtend waren de zinnen van een gedicht van Huub Oosterhuis. Dat ging zo:

Delf mijn gezicht op,
maak mij mooi.
Wie wordt ontmaskerd,
kan gevonden worden……………….

Het gedicht ging nog verder, maar na de vierde zin liepen de tranen al over mijn wangen en in mijn herinnering is het stromen die dag niet meer gestopt! De ontmaskering, die overigens al jaren bezig was, had een nieuwe laag bereikt. De Systemische laag!

Deze laag is, weet ik achteraf, herkenbaar aan het feit dat ik het huilen niet kon duiden. Het was groter dan mij en had niet zoveel te maken met het wéten van een ongelukkige jeugd die ik onmiskenbaar gehad heb. Dat ik hierin kon landen was de verdienste van de plek. De plek Phoenix draagt een groot welkom in zich voor deze diepere laag. Velen hebben hier, net als ik, al  jaren gebruik van gemaakt.
Gedurende de opleiding kwamen er steeds meer zaken aan het licht die ik vooraf niet kon duiden.
Zo is er bijvoorbeeld ná mij een broertje geboren die Tonnie heet. Hij heeft maar een paar uur geleefd. Ik was anderhalf jaar en weet me hier niets meer van te herinneren. Hij kreeg een keurig grafje op het kerkhof en zijn naam viel geregeld. Dus hij had een plek in ons gezin van vader moeder en uiteindelijk 9 levende kinderen.

Tijdens een supervisie gesprek nodigde de supervisor mij uit om een zin uit te spreken: “Moeder ik kan je niet helpen”. Deze zin kon ik slechts met grote moeite uit mijn mond krijgen. In deze ene zin zit namelijk de geschiedenis van de jongen die het verdriet van een doodgeboren kind bij zijn moeder voelt en niet in staat is om het grote, onbenoemde en wellicht ongevoelde verdriet van moeder buiten zich te houden. In de magische wereld van het kind ben ik naast mijn moeder gaan staan om haar verdriet te dragen. “moeder ik help je”. Daarmee hoefde ik mijn onmacht niet te voelen.

Na een opstelling bij Wibe leer ik dat ik dit verdriet niet kan dragen , niet hoeft te dragen én dat mijn eerste reactie toch is….ik draag het wél.
Hiermee maak ik me groter dan ik ben. Neem ik meer dan wat van mij is. En ben dit gaan doen in mijn verdere leven. Dit inzicht geeft me veel ruimte om cliënten hun eigen verdriet te laten dragen en er toch naast te blijven staan.
En natuurlijk is dit een enorme trigger in mijn eigen relatie als Anne verdrietig is. Ik heb het zo geleerd als kind, dat ik het soms zelfs eerder voel dan zijzelf. Tja, en blijf er dan maar eens naast staan, als je niet weet wat er op een Systemische laag speelt.  
Zo hebben Familieopstellingen mijn leven en mijn werk enorm verrijkt. Vanaf 2006 geef ik Familieopstellingen en het blijft een voorrecht om in dit veld te stappen waarin ik het niet hoeft te weten en er toch inzichten komen. Ik sluit af met de rest van het gedicht van Huub Oosterhuis:

en zal zichzelf opnieuw verstaan
en leven bloot en onomwonden,
aan niets en niemand meer ten prooi.
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.’

Wellicht dat dit verhaal je inzichten geeft in waar jij op een plek bent gaan staan die niet voor jou was. Ik wens je veel “ontmaskering” toe.

Warme groet Gerrit